Conflict bemiddeling (met je lijf)

Ik ben opgeleid tot conflictbemiddelaar.
Dat klinkt misschien als iemand die tussen ruziënde buren in gaat staan of bij arbeidsconflicten aan tafel schuift. En ja, dat hoort er ook bij. Maar in de praktijk betekent het voor mij iets anders. Of liever gezegd: iets meer.
Want wat is een conflict eigenlijk? Partijen die er niet uitkomen. Die elkaar in de weg zitten. Die allemaal iets willen wat botst met wat de ander wil. En wat een bemiddelaar doet is niet kiezen, niet oordelen, maar de ruimte creëren waarin alle kanten gehoord worden zodat er iets kan bewegen wat al een tijdje vastzit.
Dat doe ik ook. Alleen zit mijn ‘conflictpartij’ niet altijd tegenover me aan tafel.
Die ligt namelijk op mijn behandelbank.

Mensen komen bij me met een stijve nek. Spanning tussen de schouderbladen. Benen die aanvoelen als beton. Buikpijn die niet verklaard kan worden. Klachten die ze al maanden of soms jaren met zich meedragen en waar ze eigenlijk een beetje aan gewend zijn geraakt, wat op zich al iets zegt. Wat ik dan zie (en ik zie het snel, dat is nu eenmaal hoe ik ben) is dat die klacht zelden alleen maar een klacht is.
Het lichaam slaat alles op. Echt alles. De ruzie die je niet hebt uitgesproken. De rouw waar geen tijd voor was. De situatie waar je al drie jaar op doorgaat terwijl je eigenlijk allang weet dat het niet meer klopt. Het zit erin. Niet als metafoor, maar letterlijk, in weefsel, in spanning, in de manier waarop iemand ademt als ik een bepaalde plek aanraak en zelfs in hoe iemand beweegt, praat of denkt.
Dat is het conflict. Niet zozeer met een ander, maar met zichzelf. Of met iets wat er ooit is gebeurd en wat nooit goed een plek heeft gekregen.
En ik bemiddel.

Niet met grote gebaren of zware gesprekken. Dat is juist wat ik niet doe.
Tijdens een behandeling praten we. Soms over koetjes en kalfjes, soms over iets wat de persoon al een tijdje bezighoudt, soms over niets in het bijzonder. Het is luchtig. Ontspannen. Geen therapiesetting met een klok op de muur en een doos tissues op een tafeltje. Gewoon twee mensen, een behandeling, en wat er toevallig ter sprake komt.
Maar ondertussen ben ik wel aan het werk. Met mijn handen én met wat ik hoor. En soms zeg ik iets. Een observatie. Een andere invalshoek. Een vraag die iemand niet had verwacht. Niet om er een punt van te maken, maar omdat het op dat moment gewoon het eerlijkste is wat ik kan zeggen.
En het landt, zo hoor ik achteraf met regelmaat. Mensen sturen me soms weken later een bericht of vertellen het wanneer ze weer een keer bij me komen. “Weet je nog dat je dat zei? Ik heb er de hele week over nagedacht.” Of: “Ik weet niet wat er tijdens die behandeling is gebeurd maar er is iets verschoven.”
Dat is geen toeval. Dat is wat er gebeurt als het lichaam ontspant en de geest even zijn wacht laat zakken. Dan komt er ruimte. En in die ruimte landt soms iets wat in een ‘normaal’ gesprek geen grond had gevonden.

Ik ben geen standaard coach of therapeut. Ik behandel geen trauma’s zoals dat vaak nog gedaan wordt. Dat zeg ik ook altijd heel duidelijk.
Maar ik ben wel iemand die ziet wat er onder de oppervlakte speelt. Die een lichaam kan lezen. Die weet dat een gesprek over het werk soms eigenlijk een gesprek is over iets heel anders. Die snapt dat eenzelfde gebeurtenis bij de een relatief makkelijk afglijd maar bij de ander alles plat legt. Ik merk het verschil kent tussen iemand die gewoon ontspant op mijn bank en iemand die voor het eerst in maanden of jaren even echt loskomt van wat zo kwelde.
Dat is bemiddeling. Tussen wat iemand voelt en wat het soms betekent. Tussen het lichaam dat al lang zijn punt heeft gemaakt en het hoofd dat nog aan het onderhandelen is.

Ik faciliteer dat proces. De uitkomst is altijd van de ander.

Liefs,
x